Authenticiteit buiten de culturele orde

AUTHENTICITEIT | VERVREEMDING
 
Volgens de Franse psychoanalyticus Lacan is onze begeerte nooit volledig in taal uit te drukken en dus ook nooit geheel te bevredigen. Daardoor ontstaat vervreemding. Antropoloog Matthijs van de Port verbindt op sublieme wijze Lacan’s filosofie over vervreemding aan het thema authenticiteit: “Cultuur is in de antropologie een welcoming place, een thuis, een houvast biedende structuur. Zo niet bij de Lacanianen. Zij benadrukken dat de betekenisgevende structuren waarin mensen zichzelf verankeren vervreemdend, zijn. De eerste bron van vervreemding betreft het gegeven dat het subject van kinds af aan in de mal van de symbolische orde wordt gekneed.
 

‘In order to mean’, schrijft Eagleton, ‘the subject must draw on a great stockpile or repository of codes, rules not invented by ourselves’ (2009: 85). In het lacaniaanse verhaal staat de toetreding tot de cultuur gelijk aan de onderwerping van het subject aan ‘a supervening, deeply impersonal law which applies indifferently to all’. De symbolische orde is dan ook wel zo ongeveer de laatste plaats waar men ‘het echte’, ‘het authentieke’ moet zoeken. Sterker nog, ‘this blankly anonymous order’ is precies dat wat ons verhindert onszelf te zijn.

En daarmee komt een tweede bron van vervreemding in beeld. De symbolische orde is gegrond in het produceren van verschil en alteriteit: de verschijnselen die zich aan mensen voordoen kunnen enkel iets zijn door niet iets anders te zijn. Identiteiten ontlenen hun stabiliteit aan het taboe: het verbod bepaalde gedachten te denken, bepaalde gevoelens te voelen, bepaalde handelingen te verrichten. Dat is dan ook waar Eagleton op doelt als hij stelt dat ‘to make yourself over to that impersonal structure of meaning that is the symbolic order is to do violence to the experience of being’ . Net zoals een massa die in een mal wordt geperst een rest produceert, produceert ook de symbolische orde altijd een ‘teveel’ in het subject, iets wat er weliswaar is maar niet kan zijn. Deze rest speelt steeds weer op in het bewustzijn, als een voortdurende aanvechting van de ‘echtheid’ van de symbolische orde. Eagleton beweert dat omdat wij ons nooit volledig thuisvoelen in de symbolische orde, wij deze ‘rest’ als onze meest eigen, unieke kern aanwijzen: ‘the ‘excess’ in us which the symbolic order fails to assimilate forms the very core of our subjectivity’ (2009: 84).” Aldus Matthijs van de Port.

Naar aanleiding van zijn analyse denk ik dat vervreemding en de afstand die als mens kunt ervaren tot de wereld, juist authentiek is. Het probleem in onze huidige samenleving is dat mensen vervreemding benaderen als iets dat genezen moet worden. Ze eisen een behandeling op in de vorm van pillen en therapie (medicalisering) of een religie die het onbestemde heimwee gevoel, het menselijk lijden, kan uitschakelen. De kunst is nu juist om vervreemding, eenzaamheid en heimwee volledig te accepteren, omarmen en cultiveren.

De tekortkoming van taal is inderdaad dat het de werkelijkheid niet volledig kan grijpen. Ondertussen kan taal wel de de werkelijkheid veranderen omdat mensen handelen naar een door taal geschepte werkelijkheid. Dit is voor mij een van de belangrijkste redenen om taalgebruik nauwkeurig te bestuderen en zelf teksten te produceren. De kracht van taal komt het beste tot uitdrukking in deze bekende uitspraak van socioloog William Thomas: ‘If men define situations as real, they are real in their consequences’.